Drie is moeilijk

Door Marisca Milikowski

Kom, we gaan deze sommen eens lopend doen, zeg ik tegen Yassin. Normaal gebruikt hij daar zijn twee handen voor. Wat is 3+2, Yassin? Hij begint het karwei op zijn linkerhand. Een, twee, drie vingers steekt hij een voor een omhoog. Zo, dat is drie. Nu gaat hij werken op zijn linker hand.  Plus 2? Hij laat uit z’n knuistje een voor een twee vingers omhoog komen, een, twee. Zo, daar staat de som! Nu hoeft Yassin die vingers alleen nog allemaal achter elkaar te tellen. Hij doet dat met behulp van zijn kin, die aanwijst waar hij gebleven is: een, twee, drie, vier, vijf. 

Yassin is acht jaar en klein voor zijn leeftijd. Hij zit op een school voor Speciaal Basisonderwijs. Heel veel dingen zijn moeilijk voor hem, maar hij is daar niet somber onder. Sommen maken vindt hij best leuk, als hij tenminste snapt wat hij moet doen. Plussommen die op zijn handen passen kan hij maken.

Maar 6+2 is lastig omdat zes niet op een hand past. Een twee drie vier vijf – ja en dan. De hand is vol. Hoe moet dat nou, zegt hij.

Ik denk: misschien kan Yassin leren bijtellen. Gewoon brutaalweg starten bij de zes en dan twee verder tellen. Ooit zal hij daar toch aan moeten. Dus neem ik hem mee naar de gang om lopend te gaan rekenen.

We beginnen weer met 3+2. Nou Yassin, zullen we samen op de drie gaan staan? Hier is hij. Ik kies een plek in de gang en zeg: zo, hier is de 3.

Maar Yassin ziet dat niet op die manier. Hij laat m’n hand los en loopt een eindje achteruit.  Dan gaat hij stappen doen en tellen: een, twee, drie. Zo! Nu heeft hij de drie ook werkelijk te pakken. Met deze drie kan hij rekenen, met die van mij niet. Want als ik ‘drie’ tegen Yassin zeg dan is dat maar een woord. Wat dat woord precies betekent weet hij pas als hij die drie heeft uitgeteld. 

Nu kunnen we dus starten, denk ik. Twee erbij, doe maar. Yassin doet braaf: een twee. Nu zitten we dus goed in de penarie. Want die drie zijn we inmiddels natuurlijk kwijt; dat waren maar bewegingen, dus ze zijn nergens meer te vinden. En de twee is ook al spoorloos. Waar hebben we al die moeite eigenlijk voor gedaan? Er ligt hier niks om bij elkaar op te tellen.

Ik doe nog een zwakke poging om Yassin te verleiden om twee stappen door te tellen vanaf  drie. Kom op Yassin, we staan weer op de drie, kijk, hier was hij,  en dan twee stappen verder: vier, vijf!

Maar Yassin gelooft niet in mijn praatjes. Als je twee stappen doet dan tel je toch niet vier vijf? Dan tel je gewoon een, twee! zoals het hoort en zoals hij net keurig heeft voorgedaan.

Dank u wel juf, denkt Yassin, het was leuk op de gang maar geef me nu m’n rekenrek maar weer. Dan kan ik tenminste wat sommen gaan maken.