|
In
plaats van
terugtellen Door Marisca
Milikowski Alexander
was toen ik hem pas kende een van de traagsten uit zijn klas. Maar hij
was ook
een van de degelijksten. Hij zei nooit veel, was nooit overmatig
enthousiast,
maar deed altijd naar vermogen mee en luisterde nauwkeurig. Die houding
legde
hem geen windeieren. In de eindgroep had Alexander zich ontwikkeld tot
een heel
behoorlijke rekenaar. En traag was hij ook niet meer. Ik
deed met Alexander z’n klas een Tempo training minsommen. Alexander was
in het begin
heel langzaam. Ik vroeg hoe hij een som als 9-8 aanpakte en het was
zoals ik,
gezien zijn tijden, al vermoedde: Alexander telde altijd alles terug. Op
een middag heb ik hem toen voorgedaan hoe het anders kon: je kan een
minsom ook
oplossen door bijtellen. Kijk, 6-4, dat kun je ook doen door vanaf de 4
door te
tellen naar de 6. Er komt op allebei de manieren 2 uit. Alexander
was verrast, maar toen hij het bij een aantal sommen had uitgeprobeerd
en
merkte dat het werkte ging hij voluit voor de nieuwe aanpak. En al gauw
was hij
niet meer de traagste. Een
jaar later zie ik Alexander’s klasgenoot Willem (11) tijdens een tempo
toets
weer eens grote einden terugtellen. -
Willem, vraag ik na afloop, hoe zit dat, doe jij een minsom wel eens
door
vooruit te tellen? -
Hij kijkt verbaasd, wat ik al verwachtte. -
Bijvoorbeeld 11-8, zeg ik, ga je dan terugtellen vanaf 11? -
Hij knikt. -
Je kunt het dus ook andersom doen, zeg ik. Dus starten vanaf die 8 en
dan – ik
tel een vinger voor elke stap – negen, tien, elf. Drie dus. -
Willem kijkt zorgelijk. Maar mag je dat ook opschrijven, vraagt hij. -
Ja, zeg ik, want het is waar.
|